Praktische opdrachten:
·
Bedenk een onderwerp uit de
natuurkunde, dat jij interessant vindt: denk aan bewegingen, krachten, licht,
elektriciteit, energie, warmte, trillingen, magnetisme, elektromagnetisme,
gassen, geluid, radioactiviteit, atoomfysica, kernfysica, astronomie
·
Bedenk vervolgens een specifieke
opdracht op jouw niveau: kijk ook op internet. Daar staan veel voorbeelden.
·
Zorg ervoor, dat er in jouw
opdracht iets praktisch zit, een proef, die je uit moet voeren, of iets
dergelijks.
·
Overleg is belangrijk: vraag,
voordat je aan je opdracht begint, of de opdracht wel op niveau is, of niet.
Vraag voor je begint met de uitvoering, of de opzet van je proef wel gaat
werken.
Beoordeling:
·
Je krijgt 9 beoordelingen op de
volgende gebieden:
1. niveau
van jouw opdracht en de uitvoering ervan
2. eigen
keuze van onderwerp
3. indeling
van je verslag
4. werkplan
(in je verslag)
5. de
gemeten resultaten van jouw opdracht
6. de
gevonden conclusie’s en de onderbouwing daarvan,
alsmede een opzet voor een vervolgonderzoek
7. je
logboek
8. je
planning
9. het
overleg met mij
·
Gewicht:
1. Niveau
bepaalt het maximum van je eindcijfer
2. Eigen
keuze van onderwerp telt voor 10 % mee
3. Indeling
van je verslag telt voor 10 % mee
4. Je
werkplan telt voor 20 % mee
5. Je
resultaten tellen voor 20 % mee
6. Je
conclusies en je vervolgonderzoek tellen voor 15 % mee
7. Je
logboek telt voor 5 % mee
8. Je
planning telt voor 10 % mee
9. Het
overleg telt voor 10 % mee
·
Uitleg onderdelen:
1. Niveau:
in hoeverre werk je onder of boven het niveau van de klas, waar je in zit?
2. Eigen
keuze van onderwerp: in hoeverre heb jij zelf de opzet voor je proef verzonnen?
3. Indeling
van je verslag: in hoeverre hou jij je aan de door mij voorgeschreven indeling
van je verslag? Kleine foutjes worden hier streng bestraft!
4. Werkplan:
hoe goed is het werkplan in je verslag?
5. Resultaten:
hoe goed zijn de resultaten (en berekeningen) in je verslag?
6. Conclusies:
hoe goed onderbouw jij de conclusies, die je trekt uit je proef/proeven?
Vervolgonderzoek: hoe uitgebreid omschrijf jij een eventueel vervolgonderzoek
en hoeveel rekening hou je daarbij met je eigen onderzoek?
7. Logboek:
wanneer heb je wat gedaan en hoeveel tijd heb je daarbij aan de opdracht
besteed? In hoeverre zijn dat redelijke tijden? Haal je het voorgeschreven
aantal uren? Onderwerp zoeken: max. ˝ uur. Verslag maken: max. 40 % van de
voorgeschreven tijd. Zonder goed logboek krijg je een 1…
8. Planning:
ben je op tijd klaar, of vroeger of later? Doe de proef niet te laat (meer dan
een week voor de einddatum!)
9. Overleg:
heb je structureel en goed overleg gevoerd met mij? Overlegmomenten na keuze
onderwerp (20 %), hypothese (20%), opzet werkplan (20 %) , na de uitvoering (20
%), en bij een voorverslag (10 %).